Groep 1/2

Wat leren we de kinderen in groep 1/2? Kleuters leren vooral in en door activiteiten die aansluiten bij hun belevingswereld. We willen daarom een leeromgeving creëren waarin veel mogelijkheden tot spel te vinden zijn. Leren gebeurt zo spelenderwijs. Zo bieden we in onze hoeken mogelijkheden tot bv. taal- en rekenactiviteiten, maar dit gebeurt steeds vanuit het spel van het kind.

We hebben een poppenhoek, een bouwhoek, een schilderhoek, een letterhoek en zo meer. Bij elk thema passen we de hoek aan. Bij het thema Noordpool maken we van de poppenhoek een iglo, bij het thema Ridders en jonkvrouwen wordt het een kasteel. 

Bij rekenen (in hoeken én in kringactiviteiten) wordt veel aandacht besteed aan het omgaan met getallen: van het opzeggen van de telrij tot 20 tot het resultatief tellen (hoeveel zie je er?) en het leren herkennen van de cijfers tot 20. Rekenbegrippen als meer/minder/evenveel komen vaak terug. Verder besteden we aandacht aan meten (met lengte, tijd, gewicht, geld) en meetkunde (omgaan met de vormen). Ook de rekenlessen worden aangepast aan het thema waar we aan werken. We proberen in de opdrachtjes te differentiëren, zodat elk kind het aanbod krijgt dat bij hem of haar past. 

Bij taal zijn we in groep 1/2 veel bezig met de mondelinge taalontwikkeling. Hieronder valt o.a. het uitbreiden van de woordenschat. Passend bij elk thema kiezen we nieuwe woorden om aan de kinderen te leren. Daarnaast zijn we veel bezig met begrijpend luisteren, gesprekjes voeren en leren vragen te stellen.  Kleuters krijgen langzamerhand steeds meer aandacht voor letters en lezen. Dit wordt ontluikende geletterdheid genoemd. Om dit te stimuleren werken we veel met prentenboeken, maar ook met informatieve boeken. Een voorgelezen verhaal wordt nagespeeld of door de kinderen naverteld. Ook zorgen we in onze letterlessen ervoor dat de kinderen van groep 2 al kennismaken met zo’n 15 letters. Ter voorbereiding van het leren lezen in groep 3 besteden we ook aandacht aan rijmen en aan de auditieve synthese: het in gedachten plakken van letters tot een woord, bijvoorbeeld v-i-s wordt vis. Sommige kleuters kunnen al (een beetje) lezen. Als dat zo is, proberen we in de opdrachtjes daar zo goed mogelijk bij aan te sluiten.

Ook de motorische ontwikkeling krijgt in groep 1/2 veel aandacht. We gebruiken hierbij de methode Pennenstreken. De grote motoriek ( o.a. klauteren, balanceren, rennen, hinkelen, huppelen) wordt gestimuleerd in de gymles (1x per week), in het buitenspel (twee keer per dag) en in de lessen van Pennenstreken.  Voor het ontwikkelen van de kleine motoriek (o.a. scheuren, tekenen, schrijven, knippen) zorgen we voor teken- en knutselactiviteiten die betrekking hebben op het thema waar we aan werken. Verder leren de kinderen van groep 2 schrijfpatronen maken (zoals een golvende lijn) én de cijfers t/m 10. 

De activiteiten voor de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn erop gericht dat kinderen zichzelf leren kennen, leren zich te uiten en met anderen kunnen omgaan. In allerlei dagelijkse situaties staan de kleuters stil bij hun gedrag: welke regels gelden er, hoe maak je duidelijk wat je wilt, hoe ga je met andere kinderen om?.  In de lessen Kanjertraining (voor groep 1 t/m 8) leren kinderen hoe ze met andere kinderen
omgaan. In het spel in de hoeken en ook in het buitenspel zien we de kinderen de werkelijkheid nabootsen en de afspraken die ze in de Kanjertraining geleerd hebben, toepassen.

Hoe werkt het in de kleutergroepen? Binnenkomen Als de kinderen binnen komen, hangen ze hun jas aan het haakje waar hun eigen afbeelding bij staat. Tassen mogen bovenop de kapstok. Bij de klas staan twee bakken waar het eten en drinken in gezet mag worden. Graag voorzien van naam. We zouden het prettig vinden als de kinderen iets gezonds meenemen (zoals fruit) en wilt u bekijken of het niet teveel is? Op woensdag nemen alle kinderen fruit of groente mee. Dan mag het kind bij het planbord zijn of haar naam hangen bij een werkje waar hij/zij zin in heeft of bij een werkje ‘van de kaart’. Op de banken in de kring heeft elk kind een eigen plekje waar de werkkaart klaarligt. Na het kiezen mag het kind direct aan de slag. Om half 9 starten we in de kring. We nemen door wat er die dag gaat gebeuren en aansluitend vind er een kringactiviteit plaats. 

We werken in groep 1/2 in de ochtend aan de ‘werkkaart’. Daarop staan 6 werkjes die het kind in 3 weken tijd moet doen. Daarnaast is er in die 3 weken nog genoeg tijd en ruimte voor andere dingen, zoals de poppenhoek, de bouwhoek, lego, de poppenkast. Op de werkkaart staan werkjes die te maken hebben met het thema waaraan we die 3 weken werken. Thema’s kunnen zijn: de herfst, eropuit, piraten, Sinterklaas, de kinderboekenweek, enz. We willen met deze werkjeskaart onze kleuters al een beetje leren plannen. Wie in de eerste 2 weken nog niet zoveel van de kaart doet, moet in de laatste week juist wel veel doen.  Als een werkje van de kaart af is, mag het kind er een sticker bij plakken. Maar we vragen het kind ook om te bedenken: Was dit werkje moeilijk of makkelijk? En vond ik het werkje wel leuk of niet leuk? Dit geven ze ook aan met een rondje op de kaart.  We kiezen op de kaart voor knutselopdrachten binnen het gekozen thema, voorbereidende schrijfopdrachtjes, werkjes met ontwikkelingsmateriaal,  maar ook voor bv. spelen in de bibliotheek (dan bouwen we de poppenhoek om tot bieb). Niet elk kind doet dezelfde werkjes. We passen de werkjes aan aan het niveau van de kinderen. Wie de werkjes van de kaart af heeft, mag daarna vrij kiezen. 

In de middagen werken we niet met de kaart. Dan mag ieder kind vrij kiezen en heeft de leerkracht tijd en ruimte om met één kind of een groepje kinderen apart te werken. Projecten Het leerjaar van de kleuters wordt verdeeld in projecten. Alles wat de kinderen leren past binnen een thema. De hoeken, de kringactiviteiten, de werkjes op de kaart, het valt allemaal binnen dit thema.

In de weekbrief vermelden we steeds wat het thema is. Flip de Beer Flip de Beer is de groepsknuffel. We gebruiken Flip bij het zelfstandig werken, omdat hij dan vanaf de stoel van de juf bekijkt hoe de kinderen werken. Elke vrijdagmiddag mag Flip bij een kind uit de klas logeren. Hij heeft een logeertasje mee, waarin ook een briefje zit. Aan ouders het verzoek om op Maxclass (ons ouderportal) een aantal
foto’s te uploaden. Als het kind dan maandag weer op school komt, staat zijn of haar weekend dan echt even in het middelpunt van de belangstelling. 

Een nieuwe letter leren Bij elk nieuw thema kiezen we één of 2 letters uit die in die periode centraal komen te staan. Bij het thema Herfst is dat bv. de letter h. Met behulp van het activbord bekijken we die letter en gaan we in het lokaal op zoek naar die letter op naamkaartjes, op boeken, op deksels van spelletjes. We laten steeds in de weekbrief en via Maxclass weten welke letter dan centraal staat en vragen aan de kinderen (en ook een beetje aan u) om thuis op zoek te gaan naar dingen die met die letter beginnen. Die spulletjes (bij de letter h een haarborstel, handschoen) mogen mee naar school, waar we een letterbak hebben. Als de letter helemaal is behandeld, komen de spulletjes weer mee naar huis. 

In principe gymmen we op maandagmiddag (1/2B) en dinsdagmiddag (1/2A). Een enkele keer wijken we daarvan af als dat beter uitkomt (bv. vanwege het weer). Elk kind heeft een paar gymschoenen op school liggen, graag voorzien van naam.  Speelgoedmiddag Eén keer per maand is er speelgoedmiddag. De kinderen mogen dan speelgoed of een spelletje van thuis meenemen. 

Ook bij kleuters van groep 2 worden al toetsen afgenomen. In januari zijn dat Cito Rekenen voor kleuters en Cito Taal voor kleuters. In februari wordt bij de kinderen van groep 2 ook de “voorschotbenadering” afgenomen, waarin bekeken wordt hoever de kinderen zijn met de leesvoorwaarden. De resultaten van de toets krijgt u bij de rapportgesprekken te horen. 

De ontwikkeling van de kinderen volgen we met behulp van het ‘Ontwikkelings -Volg -Model’. Bij elk kind wordt op een 16-tal gebieden bekeken hoe de ontwikkeling verloopt. Bij opvallende zaken bespreken we dit natuurlijk met u. Twee keer per jaar wordt het OVM door de leerkrachten ingevuld, de computer registreert dit en toont aan ons de verschillende fasen waarin de ontwikkeling van een kleuter verloopt. 

Vragen? Heeft u vragen over groepszaken of over uw kind dan kunt u gerust een afspraak maken met de leerkracht.