Groep 3

Wat leren we in groep 3?

Lezen
In groep 3 gaan de kinderen het proces van het aanvankelijk lezen in. In de groepen 1 en 2 is de basis gelegd en daar sluiten we bij aan.

We gebruiken voor het lezen de methode” Veilig leren lezen”. Dit is een geïntegreerde methode/ lezen en taal. We starten telkens met een ankerverhaal om zo de nieuwe woorden en letters aan te bieden binnen een context. De verhalen sluiten aan bij de belevingswereld van de kinderen en spreken daarom ook zeer aan. Het thema van het verhaal wordt verder uitgediept in de taallessen en de wereldoriëntatie. Aan het verhaal worden de structureerwoorden gekoppeld. Deze woorden gebruiken we bij het aanleren van de nieuwe letter ( bijvoorbeeld de r van roos). De structureerwoorden hangen we voor de kinderen goed zichtbaar in de klas om te gebruiken als een geheugensteuntje. Deze woorden zijn klankzuiver, wat betekent dat je ze schrijft zoals je ze hoort.  De methode heeft heel veel verschillende materialen. Zoals de klikklakboekjes, leesboekjes, werkboekjes, woordendoos en een computerprogramma.

Naast de methode VLL gebruiken we de methode “Zo leer je kinderen leren lezen en spellen”. Deze methode biedt onder andere de letters met gebaren aan en geeft vanaf het begin aan wat een korte klank, lange klank of medeklinker is. Dit biedt op een later moment veel houvast bij het lezen en spellen.

Al snel kunnen de kinderen met de geleerde letters woordjes lezen. Ze ontdekken dit in hun klikklakboekje. We gebruiken regelmatig het veilig en vlotboekje om het lezen van woorden te oefenen en van spellend naar vloeiend te leren lezen. Dit doen we in vaste duo’s. Een maal per week wordt er geoefend met een leerling uit een hogere groep. Dit noemen we tutorlezen. Uiteindelijk kunnen de kinderen dan zelf verhaaltjes gaan lezen.

Als alle letters geleerd zijn, volgt de niet-klankzuivere periode. De kinderen leren dat je niet elk woord leest zoals het er staat. Zo leren we onder andere de langer maak woorden ( paard), de bankletter( nk), en woorden als lopen, duren, weten enz.

Spelling
Elke middag oefenen we in het schrijven van woorden . Dit doen we in de vorm van een dictee. We beginnen met de m-k-m woorden ( zoals:  maan- roos- jas enz). Later worden de woorden moeilijker en volgen de mm-k-m en m-k-mm ( stok- jurk) en de samengestelde woorden ( jaszak). We proberen bij elk dictee ook een zin te maken.

Schrijven
De letters en woorden die we geleerd hebben met lezen, oefenen we in het schrijfschrift. Aan de hand van de methode “Pennenstreken” leren we de schrijfletters. Deze methode sluit aan bij de leesmethode. De letters en woorden die we schrijven zijn dus herkenbaar uit de leesmethode.

Rekenen
We gebruiken voor rekenen de vernieuwde versie van Alles Telt. Op het bord maken de kinderen kennis met wat ze gaan leren d.m.v. een instructiefilmpje. In de instructieles ( les 1) geeft de leerkracht verder uitleg hierover en oefenen we samen de nieuwe stof. In les twee gaan de kinderen  in het werkschrift zelf aan de slag met wat ze geleerd hebben. Dit is de verwerkingsles. De kinderen die extra uitleg nodig hebben, komen aan de instructietafel zitten en maken de sommen met de leerkracht. In de verwerkingsles kunnen we zien of de kinderen de stof begrepen hebben.

 In het werkboekje zitten, naast het gewone werk, opdrachten  die we verder en plus noemen (het grijze gedeelte). Kinderen die hun werk afhebben gaan dan zelf verder met verder en plus. Plus is moeilijker werk dan verder. Eigenlijk staat het voor herhaling en voor verrijking. De kinderen die wat meer aankunnen, werken in een plusschrift. Zij krijgen dezelfde instructie, maar maken moeilijkere sommen. Er is ook een maatschrift voor de kinderen die moeite hebben met de leerstof.

De kinderen leren in groep 3 de getallenlijn tot en met 20. Zij maken sommen tot 20 en leren getallen te splitsen. Hiervoor gebruiken we verschillende materialen zoals een rekenrekje of een  kralenketting. Ook gaan we met meten aan de slag met een kralenliniaal en later een echte liniaal en komt het klokkijken om de hoek kijken. We leren hele en halve uren, zowel analoog als digitaal. Verder is er een  oriëntatie op de getallenlijn tot 100.

Kanjertraining
In de kleutergroepen is een start gemaakt met de kanjertraining aan de hand van het verhaal van Max en het dorpje. In groep 3 vervolgen we de training met het verhaal van Max en de vogel. De verschillende types ( witte pet, gele pet, rode pet en zwarte pet) worden weer besproken en er wordt geoefend in het goed met elkaar omgaan aan de hand van verschillende oefeningen.

Gym
Vanaf groep 3 wordt de gymles in de Eendenkooi gegeven. Dat doen we in groep 3 één keer per week. De kinderen moeten hiervoor gymkleding én gymschoenen meenemen (op vrijdagmiddag). Het is elk jaar fijn als er ouders even komen helpen met omkleden, dat doen we in groep 3 namelijk voor het eerst.

Wereldoriëntatie
Voor wereldoriëntatie gebruiken we de methode DaVinci. Er wordt steeds 8 weken lang gewerkt aan één thema, zoals ‘Lang geleden’ (over de prehistorie). Het thema wordt van allerlei verschillende kanten bekeken, zodat ieder kind vanuit zijn eigen interesse, talent en niveau kan aanhaken. Met de lessen proberen we bij de kinderen verwondering op te wekken voor de wereld om ons heen en kinderen te stimuleren vragen te stellen. Kinderen zullen vast ook thuis komen met allerlei vragen. Op www.davincivoorthuis.nl vindt u meer informatie. In de loop van het schooljaar zullen we ook ouders benaderen om te komen vertellen over hun specialisme (als dat aansluit bij het thema) en om te komen helpen in de klas als de kinderen aan hun themawerkstuk werken.

Hoe starten we de dag? 
Als de kinderen binnen komen, hangen ze hun jas aan de kapstok. De tas kan boven op de kapstok. Het eten en drinken voor kwart over 10, zetten ze op het aanrecht achter in de klas. De kinderen halen de stoel van tafel en samen met de ouder kunnen ze het uitgedeelde werk bekijken. De ouders kunnen zo de ontwikkeling van hun kind een beetje volgen en de kinderen kunnen trots laten zien hoe hard ze gewerkt hebben. De kinderen mogen dan eventueel nog even een tekening maken, een spelletje doen of een boekje  lezen.

Om half 9, en ’s middags om kwart over 1 gaat de bel. De ouders verlaten de klas en de kinderen ruimen op. We starten met de les!

De school gaat uit
Om 12.00 uur en om 15.15 gaat de bel en gaan de kinderen naar huis of naar de B.S.O. De kinderen komen via de hoofdingang naar buiten.

Per dag hebben twee kinderen klassenbeurt. Zij helpen de juf met het opruimen van het lokaal. Zo leren we de kinderen dat ze verantwoordelijk zijn voor hun eigen lokaal. De kinderen kunnen dan 5 minuten later buiten zijn. In de klas staat een rond bord waarop de hulpjes staan ingedeeld per week.

Informatie
Naast de ingang van de klas hangt een bord waarop belangrijke informatie voor de ouders vermeld staat. Kijkt u hier regelmatig op.

Voor vragen bent u altijd welkom bij de leerkracht. Maakt u even een afspraak?