Medezeggenschapsraad

Elke school heeft een schoolbestuur, ook wel bevoegd gezag genoemd. Het schoolbestuur is eindverantwoordelijk voor de beslissingen die worden genomen door de school. Het schoolbestuur neemt deze beslissingen niet alleen, maar doet dat in overleg met de medezeggenschapsraad (MR). Elk belangrijk besluit dat het schoolbestuur wil nemen, moet worden voorgelegd aan de MR. Dit is geen vrijblijvend iets, maar ligt vastgelegd in een wettelijke regeling voor de medezeggenschap in het onderwijs: de Wet Medezeggenschap Onderwijs (WMO). Hieruit vloeit ook voort dat de aanwezigheid van een MR niet vrijblijvend is, maar voor iedere school verplicht.

Samenstelling

In de medezeggenschapsraad van het basisonderwijs zitten vertegenwoordigers van de ouders (de oudergeleding) en vertegenwoordigers van het personeel (de personeelsgeleding). De verdeling tussen personeel en ouders in de medezeggenschapsraad is fifty-fifty. De grootte van de MR, is afhankelijk van het aantal leerlingen op de school. Voor de Bernardus geldt dat de MR uit 6 personen mag bestaan (3 ouders, 3 personeelsleden).

Overleg

De MR overlegt gemiddeld zes keer per jaar met het schoolbestuur. De directeur is namens de school bij alle vergaderingen aanwezig. De vergaderingen van de medezeggenschapsraad zijn openbaar.

Onderwerpen

In feite is ieder onderwerp dat met de school te maken heeft, geschikt om binnen de MR te bespreken. Het kan gaan over verbeteringen in het onderwijs, het vaststellen van vakanties, de keuze van een lesmethode of het fuseren met een andere school. Heel concreet staan ook zaken als het zorgplan, de schoolgids en het schoolplan op de agenda van de MR.
Elk belangrijk besluit dat het bestuur wil nemen, moet worden voorgelegd aan de MR. Op zijn beurt kan de MR elk standpunt kenbaar maken aan het bestuur, of daar nu wel of niet om wordt gevraagd.

Rechten

De MR heeft algemene en bijzondere bevoegdheden oftewel rechten. De algemene rechten zijn het informatierecht, het recht op overleg en het initiatiefrecht. De bijzondere bevoegdheden zijn het instemmingsrecht en adviesrecht. Instemmingsrecht wil zeggen dat het bestuur een voorgenomen besluit niet eerder mag uitvoeren dan nadat de medezeggenschapsraad ermee heeft ingestemd. Bij het adviesrecht geldt dat het bestuur een negatief advies van de medezeggenschapsraad beargumenteerd naast zich neer mag leggen. Elke geleding (ouders en personeel) heeft instemmingsrecht over die zaken die voor haar van wezenlijk belang zijn. De andere geleding heeft dan adviesrecht. Als zaken voor beide van wezenlijk belang zijn, hebben beide geledingen instemmingsrecht. Ouders en personeel moeten bijvoorbeeld beide instemmen met het schoolplan, de schoolgids en de manier waarop ouders betrokken worden bij hulp op school.